Wanneer onteigenen?
“Onteigening” is een confronterend begrip. Onteigening kan in de meeste gevallen worden voorkomen, doordat de kwestie in een overeenkomst tussen partijen wordt afgehandeld, zoals bij een normale verkoop. De Onteigeningswet stuurt aan op een minnelijke regeling tussen partijen. We noemen dit ook wel “minnelijke onteigeningen”. Allerlei onroerende zaken kunnen in een onteigening worden betrokken. Er worden echter belangrijke voorwaarden aan onteigening gesteld. Eén van die voorwaarden is dat een overheidsinstelling, zoals een gemeente of de Staat, alleen tot onteigening kan overgaan indien daartoe de noodzaak bestaat voor een algemeen belang. Als een nieuwe spoorlijn of autoweg moet worden aangelegd, zal al snel duidelijk zijn dat aan die voorwaarde wordt voldaan. Als een overheidsinstelling het wenselijk vindt om een nieuwe woonwijk of een nieuw bedrijfsterrein te realiseren, is het echter niet zo eenvoudig om te beoordelen of aan die voorwaarde wordt voldaan. Deskundige hulp is daarvoor vaak noodzakelijk.
De procedure
Alvorens onteigening te kunnen vorderen bij de rechtbank, schrijft de Onteigeningswet een administratieve procedure voor. In deze procedure krijgen belanghebbenden de mogelijkheid zienswijzen en bedenkingen tegen de geplande onteigening in te dienen. Met de administratieve procedure kan de overheidsinstelling die wil onteigenen een Koninklijk Besluit verkrijgen waarin de te onteigenen percelen staan opgenomen. Met het Koninklijk Besluit kan de gerechtelijke fase worden ingegaan. Voor u, als gemeente, kunnen wij de administratieve procedure begeleiden, dan wel “turn key” aanleveren. U, als particulieren, kunnen wij begeleiden en adviseren bij het indienen van zienswijzen en/of bedenkingen.
De schadeloosstelling
De eigenaar, huurder, pachter of andere zakelijk gerechtigden maken in geval van onteigening aanspraak op een schadeloosstelling. Het uitgangspunt bij het bepalen van de schadeloosstelling is simpel. Volgens de jurisprudentie moet de onteigende na de onteigening in dezelfde vermogens- of inkomstenpositie zijn als voor de onteigening. Voor de eigenaar van een woning betekent dit naast vergoeding van de waarde van zijn woning, vergoedingen voor aankoop van een vervangende woning, verhuiskosten, financieringskosten etcetera. De onteigende kan ook inkomstenschade lijden, bijvoorbeeld indien hij een gedeelte van zijn landbouwgrond verliest of in het geval de huisvestingskosten voor het nieuwe bedrijf veel hoger uitvallen. Deze schadecomponenten worden door middel van een bedrag ineens afgekocht. De waardebepaling en schadeberekening bij onteigening behoren al sinds de oprichting tot een van onze vakgebieden. In beginsel zal de overheidsinstelling de kosten voor deskundige hulp vergoeden aan degene die onteigend wordt. Voor de onteigende is het van belang dat hij deskundig wordt geadviseerd en vertrouwen heeft in zijn adviseur.
Meer informatie?